Ladderzat

Na nu al bijna zes jaar in Leiden te hebben gestudeerd leek het me toepasselijk om eens een artikel te schrijven over een typisch Leids studentenwoord. Hoewel ‘ladderzat’ tegenwoordig tot een wijdverbreid, alom bekend woord is verworden, zijn de etymologische bronnen het er vrijwel unaniem over eens dat het woord zijn oorsprong vindt in het Leidse studentenleven.

De betekenis van het woord zal – denk ik – iedereen wel kennen. Als synoniem voor lazarus, beschonken, bezopen, laveloos, of simpelweg zeer dronken, wordt het gebruikt om iemand te beschrijven die na het drinken van wat te veel alcoholische drank niet meer de volledige controle heeft over zijn of haar eigen handelen. Over het algemeen gaat dit onder andere gepaard met problemen betreffende het bewaren van het evenwicht, waardoor transport per fiets of zelfs per benenwagen lastig, of zelfs gevaarlijk, kan worden.

De oudste bron die melding maakt van de (hoogstwaarschijnlijke) oorsprong van het woord ladderzat, is het kluchtig blijspel met de naam “Het Leidsche studentenleeven”. Dit blijspel is geschreven door Jan Jacob Mauricius, een getalenteerde jongen die op zijn twaalfde in Leiden kwam studeren en op zijn zestiende promoveerde. Wanneer in het blijspel een hospes – zoals verhuursters van studentenkamers in sommige gevallen werden genoemd – het toneel op loopt met een ladder zegt zij over een “smoordronken” student: “Wat dunkt je? Om hem gemakkelyk te draagen zo weet ik geen ‘sekuurder’ raad, als dat we op deuze leêr [deze ladder, KH] dat dronken varken bonden”.

Het woord ladderzat lijkt dus te zijn ontstaan door het gebruik om benevelde Leidse studenten op een ladder te binden en zodoende, als ware het op een geïmproviseerde brancard, heelhuids thuis te kunnen brengen. Het woord ladderzat (dat in die samenstelling nog niet terugkomt in het kluchtig blijspel van Mauricius), is vervolgens terug te vinden in bronnen uit 1838 en 1962, voordat het in 1984 voor het eerst in de Grote Van Dale werd opgenomen.

Aan de lezers onder u die zich nog met enige regelmaat in de collegebanken van mijn geliefde universiteit bevinden, of in ieder geval zo nu en dan een drankje en/of een dansje wagen in de kroegjes en zaaltjes van de Sleutelstad, wil ik het volgende meegeven. Neem de volgende keer bij het uitgaan eens een ladder mee, of vraag bij de Kroeg, de Hifi, de Four Reasons of de Next eens of er een te leen is, teneinde deze aloude studententraditie weer nieuw leven in te blazen. De eerste foto van een ladderzatte student, in de oorspronkelijke zin van het woord, wordt beloond met een kratje bier (of een ladder)!

Voor dit artikel heb ik voornamelijk informatie gehaald uit een NRC artikel uit 2012, geschreven door Ewoud Sanders: https://www.nrc.nl/nieuws/2012/09/03/1145882-a886162. Deze informatie heb ik vervolgens gecheckt op andere websites en aangevuld met andere informatie van (voornamelijk etymologische) websites.

(Niet) bij de pakken neerzitten

Bij de pakken neerzitten is een activiteit die ik tijdens mijn huidige stage toch zo min mogelijk tracht te etaleren. Dit zelfs terwijl ik, nu in mijn tweede week, soms op vraagstukken stuit waarbij het lastig is een duidelijk antwoord op de geponeerde vraag te formuleren. Het bij de pakken neerzitten betekent zoveel als het opgeven, stoppen na tegenslag, laten varen, afhaken, of wat uitgebreider geformuleerd het moedeloos raken en daardoor alles maar op zijn beloop laten. Deze uitdrukking en de herkomst ervan zijn het onderwerp van het artikel van vandaag.

Zoals wel meer uitdrukkingen, spreekwoorden en gezegdes die wij heden ten dage in onze – o zo veelzijdige – taal tegenkomen, heeft ook bij de pakken neerzitten een herkomst in de bijbel. In het boek Genesis, hoofdstuk 49, gaat het over Jacob die zijn zonen toespreekt. Als zesde, in vers 14 en 15, is Jabob’s zoon Issaschar aan de beurt:

“14. Issaschar is een sterk gebeende ezel, nederliggende tussen twee pakken. 15. Toen hij de rust zag, dat zij goed was, en het land, dat het lustig was, zo boog hij zijn schouder om te dragen, en was dienende onder cijns”.

De uitdrukking, zo moge duidelijk zijn, komt voort uit vers 14. Hierbij is van belang dat pakken – zo kunnen we vinden in de herkomstuitleg van onzetaal.nl en de toelichting op het woord in het Woordenboek der Nederlandsche Taal – gelezen dient te worden als een last die aan een mens of dier wordt opgelegd. Vergelijk hiertoe ook bijvoorbeeld de uitdrukking dat is een pak van mijn hart. Vanuit het oorspronkelijke gebruik had bij de pakken neerzitten dus een sterkere focus op het niet verder kunnen vanwege de te dragen zware last en een grote vermoeidheid. Door de jaren heen is de uitdrukking steeds meer verschoven van bij de pakken neerzitten naar niet bij de pakken neerzitten.

Hoewel ik geen ezel ben zal ik proberen niet bij de pakken neer te gaan zitten, me niet te laten vermoeien door alledaagse beslommeringen en voor u elke maandag een artikel online te zetten. Tot volgende week!

Gutenberg-biijbel