Je snor drukken

Vaste lezers van dit blog is ongetwijfeld opgevallen, ik hoop stiekem met enige teleurstelling, dat ik de afgelopen 38 weken geen artikel online heb gezet. Aan de lezers die hierdoor onverhoopt in een onverdiende staat van wanhoop en teleurstelling terecht zijn gekomen bied ik hierbij mijn welgemeende excuses aan. Verder wil ik graag iedereen die door de radiostilte op het blog in onzekerheid over mijn taalkundige welzijn is komen te verkeren, met dit artikel tonen dat mijn passie voor etymologische rariteiten en verwonderlijkheden nog altijd onverminderd is. Vanaf deze week zal ik dus weer elke maandag een nieuw artikel online zetten!

Als onderwerp voor het artikel van vandaag heb ik een toepasselijk spreekwoord gekozen, één waarvan men mijzelf het leeuwendeel van het afgelopen jaar zou hebben kunnen betichten; het drukken van de snor. Iemand die zijn (of, hoewel minder gebruikelijk, haar) snor drukt tracht zichzelf – in de breedste zin – aan het zicht te onttrekken. Dit kan betekenen dat de persoon in kwestie wegvlucht om niet gezien te worden, simpelweg niet komt opdragen teneinde datzelfde doel te bereiken, of zich op welke manier dan ook minder zichtbaar maakt, bijvoorbeeld door zich onopvallend te gedragen of zich te verschuilen.

Het spreekwoord komt uit een tijd dat het nog – zacht uitgedrukt – ongebruikelijk was voor een man om gladgeschoren door het leven te gaan, een tijd dat échte mannen herkend konden worden aan volle snorren en/of baarden. De gezichtsbeharing werd zelfs beschouwd als het meest opvallende onderdeel van de mannelijke gelaatstrekken. Het verbergen, of ‘wegdrukken’, hiervan was dan ook een manier om minder op te vallen.

Hoogstwaarschijnlijk is het spreekwoord dus ontstaan als beschrijving van de fysieke gedraging van mannen die hun hand voor de snor hielden in de hoop minder op te vallen. Vervolgens is het in steeds breder gebruik geraakt en is het ook gaan duiden op een breder palet aan mogelijkheden die men kan ondernemen om de aandacht te ontlopen of te ontwijken.

De vraag die na het onderzoeken van dit spreekwoord bij mij opkomt is of het in het geheel niet hebben van gezichtsbeharing mogelijk zorgt voor een permanent ‘snor-druk-effect’. Ofwel, zijn mannen zonder gezichtsbeharing – over het algemeen genomen – minder opvallend dan hun wildbegroeide seksegenoten? Misschien een leuk scriptieonderwerp voor een psychologie- of antropologiestudent 🙂

 

Op ’t nippertje

Knijpt u ‘m wel eens terwijl u op ’t nippertje in een nijpende situatie aan uw drankje nipt? Inderdaad een hele aparte vraag, één die ik alleen maar heb geformuleerd om de genoemde woorden bij elkaar in een zin te zetten. Wat namelijk misschien een betere vraag is, is of u wist dat al deze woorden (knijpen, nipper, nijpen, nippen) aan elkaar verwant zijn. Laten we echter beginnen met de vraag waar de uitdrukking ‘op ’t nippertje’ vandaan komt.

Als iets op ’t nippertje gebeurt houdt dit in dat het nét op tijd is, op het randje was, op het laatste moment geschiedde. Het was, anders gezegd, even knijpen. Het woord heeft een uitgebreide geschiedenis in de Nederlandse (en Friese) taal. Zo komt het voor als ‘op ’t nipperke’ in het Fries, ‘op het laatste nippertje’ wordt in bladen uit de 19e eeuw al gebezigd en het woord ‘nijpen’ in de betekenis van ‘erop aankomen’ is terug te voeren tot aan 1600 n. Chr.

’t Nippertje heeft waarschijnlijk een verband met het woord ‘nip’ als woord voor ‘rand’, waarmee het woord ‘nippen’ een veelgebruikt werkwoord werd om het nemen van kleine teugjes over de rand van het glas te omschrijven. Maar waar ‘nippen’ de richting op ging van een werkwoord voor drinken, namen ‘nijpen’ en ‘knijpen’ de route naar een betekenis die zoveel wilde zeggen als ‘benauwend, kwellend druk’, ofwel het verkeren in een situatie waarin op het randje gebalanceerd wordt.

Van ‘nijpend’ voor een op het randje balancerende situatie was het vervolgens geen al te grote stap naar ‘op den nijper af’ en uiteindelijk ‘op het nippertje’.

Bovenstaand is naar mijn mening een mooi voorbeeld van hoe woorden (en taal) kunnen evolueren. Op dit moment kan één woord, ‘nipt’, gebruikt worden als werkwoord – tweede persoon enkelvoud – voor het nemen van kleine teugjes, en daarnaast tevens als bijvoeglijk naamwoord voor een situatie op het randje (denk aan ‘een nipte overwinning’ als conclusie van een wedstrijd die erg spannend was).

Mocht u dit artikel lezen tijdens het drinken van – of nippen aan – een kopje koffie, lees dan vooral ook eens waarom dat ook wel een ‘bakkie pleur’ genoemd wordt.

 

Bakkie pleur

Zoals in het artikel van vorige week aangekondigd deze week een blog over koffie, een bakkie troost of leut, het zwarte goud. Ook wel een bakkie pleur genoemd. Vrijwel iedereen drinkt het wel eens, velen zelfs regelmatig. Maar waarom is het nu eigenlijk dat koffie deze aparte bijnaam heeft gekregen?

Etymologen zijn het helaas niet eens over de oorsprong. Zowel de geografische als inhoudelijke herkomst van het ‘bakkie pleur’ is onderwerp van discussie. Waar het gaat om de stad/regio waar de uitdrukking vandaan komt kunnen we kiezen, afhankelijk van naar welke bron gekeken wordt, tussen Den Haag, Rotterdam, en – opmerkelijk genoeg – Leiden. Deze discussie laat ik hier kortheidshalve achterwege – de geïnteresseerden kunnen uiteraard verder lezen bij de genoemde bronnen – en ik duik in plaats daarvan in de theorieën aangaande de inhoudelijke herkomst.

De naar mijn mening minst waarschijnlijke uitleg van de bijnaam vertelt het verhaal van koffie die ‘gepleurd’ wordt. Van de zakken met bonen, tot aan het kopje zwarte drab op de koffietafel, wordt het goedje gepleurd. En vandaar, zo wil deze uitleg ons doen geloven, noemen wij het een bakkie pleur.

Een andere, al enigszins geloofwaardiger uitleg, zoekt zijn heil in de herkomst van zovele woorden die wij tegenwoordig bezigen: de Franse taal. In wezen is de reden dat het een bakkie pleur wordt genoemd precies dezelfde als waarom koffie soms wordt aangeduid als een bakkie troost: na een lange dag of een zware nacht biedt een sloot cafeïne enige soelaas in wat soms toch wel een treurig leven kan lijken. Maar in plaats van het redelijk makkelijk de begrijpen ‘troost’, is ‘pleur’ in deze context afgeleid van het Franse ‘pleurer’ (voor de francofoben onder ons: pleurer betekent huilen).

Hoe mooi deze vorige uitleg ook moge zijn, ik zet mijn geld in op de uitleg die ik zowel het waarschijnlijkste als het leukste vind. Een uitleg die zich baseert op een mooi (oud)Hollands gebruik. In vroeger tijden, en tegenwoordig in sommige kringen nog steeds, is het zeer gebruikelijk om een kennis of vriend die op bezoek is een kopje koffie voor te schotelen wanneer het bezoek ten einde loopt. Voeg daarbij dat weggaan in bepaalde milieus synoniem is voor ‘oppleuren’, en het kopje koffie ontstaat als onuitgesproken gebaar om ‘op te pleuren’. Niet lang hoeft het dan te duren voordat deze combinatie is verworden tot een ‘bakkie en nou oppleuren’, ‘bakkie oppleuren’ en tenslotte ‘bakkie pleur’.

Bedenk uzelf de volgende keer wanneer u een gast een kopje koffie aanbied of u het presenteert als een bakkie troost, een bakkie pleur, of gewoon een kopje koffie.

Aangeschoten zijn

Met het oog op het op handen zijnde einde van de zomervakantie – en het daarmee gepaard gaande begin van een nieuw collegejaar – leek het mij toepasselijk een veelvoorkomende staat van bewustzijn waarin (zeker beginnende) studenten zich bevinden als onderwerp voor een nieuw artikel te nemen. Iedereen zal ongetwijfeld weten wat de term ‘aangeschoten zijn’ betekent, menigeen zal het zelfs met enige regelmaat in gesprekken gebruiken, of er zelfs (geruime) ervaring mee hebben. Wat echter de herkomst van het gezegde eigenlijk is, waar de term vandaan komt, wist zelfs ik niet totdat ik het kortgeleden besloot te achterhalen.

Wanneer iemand aangeschoten is betekent dit dat diegene een borreltje opheeft, een beetje teut is, of in studententaal half lam (Leids) of half kaal (Delfts) is. Anders gezegd heeft diegene enkele alcoholische versnaperingen genuttigd en daardoor niet meer ten volle de macht over zichzelf, de spraak en de bewegingen.

Voor een andere situatie waarin aangeschoten zijn zorgt voor het verliezen van controle over het lichaam kan worden gekeken naar de jacht. Een kogel kan een dier natuurlijk doden, maar de mogelijkheid bestaat ook dat het dier slechts is ‘aangeschoten’. Het dier is dan geraakt maar slechts zodanig gewond dat het nog wel weg kan rennen, zij het dat dit op een manier is die laat zien dat het dier geen volledige controle meer heeft over lichaam en ledematen. Deze jachtterm is door de jaren heen een synoniem geworden voor het licht onder de invloed zijn van alcoholische drank. Dit mogelijk doordat jagers de stuntelige capriolen van beschonken mensen vonden lijken op de stuiptrekkingen van aangeschoten wild.

De volgende keer dat u een student de kroeg uit ziet komen kunt u dus even kijken of deze enige overeenkomst vertoont met een door een kogel geschampt hert(je) of een in de poot geraakte beer. Mocht dit niet zo zijn is de student mogelijk nog niet aangeschoten, of juist daarvoorbij en daarom al ladderzat te noemen.

In de hoop dat dit artikel enig licht geworpen heeft op de nachtelijk over straat slenterende jeugdigen sluit ik af met de aankondiging dat op deze plaats volgende week een artikel zal worden geplaatst over de oppeppende drank die menig student de volgende ochtend soelaas kan bieden: het kopje koffie, ofwel het ‘bakkie pleur’.