Op ’t nippertje

Knijpt u ‘m wel eens terwijl u op ’t nippertje in een nijpende situatie aan uw drankje nipt? Inderdaad een hele aparte vraag, één die ik alleen maar heb geformuleerd om de genoemde woorden bij elkaar in een zin te zetten. Wat namelijk misschien een betere vraag is, is of u wist dat al deze woorden (knijpen, nipper, nijpen, nippen) aan elkaar verwant zijn. Laten we echter beginnen met de vraag waar de uitdrukking ‘op ’t nippertje’ vandaan komt.

Als iets op ’t nippertje gebeurt houdt dit in dat het nét op tijd is, op het randje was, op het laatste moment geschiedde. Het was, anders gezegd, even knijpen. Het woord heeft een uitgebreide geschiedenis in de Nederlandse (en Friese) taal. Zo komt het voor als ‘op ’t nipperke’ in het Fries, ‘op het laatste nippertje’ wordt in bladen uit de 19e eeuw al gebezigd en het woord ‘nijpen’ in de betekenis van ‘erop aankomen’ is terug te voeren tot aan 1600 n. Chr.

’t Nippertje heeft waarschijnlijk een verband met het woord ‘nip’ als woord voor ‘rand’, waarmee het woord ‘nippen’ een veelgebruikt werkwoord werd om het nemen van kleine teugjes over de rand van het glas te omschrijven. Maar waar ‘nippen’ de richting op ging van een werkwoord voor drinken, namen ‘nijpen’ en ‘knijpen’ de route naar een betekenis die zoveel wilde zeggen als ‘benauwend, kwellend druk’, ofwel het verkeren in een situatie waarin op het randje gebalanceerd wordt.

Van ‘nijpend’ voor een op het randje balancerende situatie was het vervolgens geen al te grote stap naar ‘op den nijper af’ en uiteindelijk ‘op het nippertje’.

Bovenstaand is naar mijn mening een mooi voorbeeld van hoe woorden (en taal) kunnen evolueren. Op dit moment kan één woord, ‘nipt’, gebruikt worden als werkwoord – tweede persoon enkelvoud – voor het nemen van kleine teugjes, en daarnaast tevens als bijvoeglijk naamwoord voor een situatie op het randje (denk aan ‘een nipte overwinning’ als conclusie van een wedstrijd die erg spannend was).

Mocht u dit artikel lezen tijdens het drinken van – of nippen aan – een kopje koffie, lees dan vooral ook eens waarom dat ook wel een ‘bakkie pleur’ genoemd wordt.

 

Bakkie pleur

Zoals in het artikel van vorige week aangekondigd deze week een blog over koffie, een bakkie troost of leut, het zwarte goud. Ook wel een bakkie pleur genoemd. Vrijwel iedereen drinkt het wel eens, velen zelfs regelmatig. Maar waarom is het nu eigenlijk dat koffie deze aparte bijnaam heeft gekregen?

Etymologen zijn het helaas niet eens over de oorsprong. Zowel de geografische als inhoudelijke herkomst van het ‘bakkie pleur’ is onderwerp van discussie. Waar het gaat om de stad/regio waar de uitdrukking vandaan komt kunnen we kiezen, afhankelijk van naar welke bron gekeken wordt, tussen Den Haag, Rotterdam, en – opmerkelijk genoeg – Leiden. Deze discussie laat ik hier kortheidshalve achterwege – de geïnteresseerden kunnen uiteraard verder lezen bij de genoemde bronnen – en ik duik in plaats daarvan in de theorieën aangaande de inhoudelijke herkomst.

De naar mijn mening minst waarschijnlijke uitleg van de bijnaam vertelt het verhaal van koffie die ‘gepleurd’ wordt. Van de zakken met bonen, tot aan het kopje zwarte drab op de koffietafel, wordt het goedje gepleurd. En vandaar, zo wil deze uitleg ons doen geloven, noemen wij het een bakkie pleur.

Een andere, al enigszins geloofwaardiger uitleg, zoekt zijn heil in de herkomst van zovele woorden die wij tegenwoordig bezigen: de Franse taal. In wezen is de reden dat het een bakkie pleur wordt genoemd precies dezelfde als waarom koffie soms wordt aangeduid als een bakkie troost: na een lange dag of een zware nacht biedt een sloot cafeïne enige soelaas in wat soms toch wel een treurig leven kan lijken. Maar in plaats van het redelijk makkelijk de begrijpen ‘troost’, is ‘pleur’ in deze context afgeleid van het Franse ‘pleurer’ (voor de francofoben onder ons: pleurer betekent huilen).

Hoe mooi deze vorige uitleg ook moge zijn, ik zet mijn geld in op de uitleg die ik zowel het waarschijnlijkste als het leukste vind. Een uitleg die zich baseert op een mooi (oud)Hollands gebruik. In vroeger tijden, en tegenwoordig in sommige kringen nog steeds, is het zeer gebruikelijk om een kennis of vriend die op bezoek is een kopje koffie voor te schotelen wanneer het bezoek ten einde loopt. Voeg daarbij dat weggaan in bepaalde milieus synoniem is voor ‘oppleuren’, en het kopje koffie ontstaat als onuitgesproken gebaar om ‘op te pleuren’. Niet lang hoeft het dan te duren voordat deze combinatie is verworden tot een ‘bakkie en nou oppleuren’, ‘bakkie oppleuren’ en tenslotte ‘bakkie pleur’.

Bedenk uzelf de volgende keer wanneer u een gast een kopje koffie aanbied of u het presenteert als een bakkie troost, een bakkie pleur, of gewoon een kopje koffie.